Als we toevallig door de week ziek worden is de huisarts paraat. Althans, dat schijnt want als onze kinderen één ding nog nooit gedaan hebben, dan is het wel ziek worden op een werkdag. Nee, die wachten tot vrijdagmiddag 5 uur en gooien zich dan te pletter op de stoep, of ontwikkelen een koorts die niet meer ophoudt.
En dus kennen ze ons inmiddels op de huisartsenpost, de verzamelplaats voor ongelukkigen die in het weekend getroffen worden door lichamelijk ongemak. We nemen Josse er vandaag mee naartoe want zijn koorts houdt al vier volle dagen aan. Zo langzamerhand ziet hij er zelf ook de lol niet meer van in.

We zijn niet de enigen die het niet vertrouwen. De dokter van dienst reikt een kuurtje uit dat Josse vol aandacht opdrinkt (bijvoeding!) en dat zijn werk verrassend snel doet. Het vervelende hoestje blijft maar de koorts is ’s avonds weg. Dat scheelt een stuk. Ook Jasmijn besluit, zonder medicijnen, dat het mooi geweest is en laat de koorts op eigen kracht wat zakken. Zo zijn we zondagavond allemaal koortsvrij.

(Kindertemperaturen, Josse in het blauw en Jasmijn in het rood.)