Josse praat behoorlijk goed, als je tenminste weet wat hij zegt. Dat wil zeggen, de zinsbouw wordt steeds beter maar de uitspraak is nog steeds net mis. Zo eten we vaak een pannenpoek en gaat afval nog steeds in de lullekak. Jasmijn is een meisje, maar Josse een jommetje. Vanavond hebben we de woorden jas en mijn geoefend, die kwamen er perfect uit. Maar zogauw we vroegen hoe Josse’s zusje ook alweer heette, kwam het vaste antwoord: Tatijn! “Gelukkig maar,” zei Marianne, “het is zo schattig als hij Tatijntje zegt in plaats van Jasmijn”. En zo is het ook wel.

Laat een reactie achter